Wettelijke bescherming van het gezin.


Stel je hebt een seksuele relatie met een vrouw, deze vrouw trouwt later met een ander. Uit dit huwelijk wordt snel een kind geboren. Mag je als man ( en mogelijke verwekker) dan een DNA test eisen om vast te stellen dat jij de biologische vader bent van het kind? En vervolgens om informatie over en omgang met het kind te willen?? De rechtbank vindt van niet!
Inwilligen zou een te grote inbreuk zijn op persoonlijke levenssfeer gezin waarin kind opgroeit, omdat het de balans binnen dit gezin ernstig zou verstoren. Belangen kind en dit gezin wegen zwaarder dan (persoonlijkheids-)recht man bij vaststelling mogelijke biologisch vaderschap (art. 8 EVRM). Met name nu dit niet tot gevolg zal hebben dat juridisch vaderschap wordt gewijzigd. Wel hebben juridische ouders de verantwoordelijkheid om kind correct te informeren over z’n afkomst. Lees de link voor het volledige verslag.

https://www.split-online.nl/kennisbank/uitspraken/35366?print=true&token=30d4f403d41209599c2793bd02669386

De vraag is of het Nederlands recht een voorziening kent zoals de man die vraagt. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hierover in het arrest van 6 september 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:7165) overwogen dat in de jurisprudentie niet is aanvaard dat een mogelijke biologische vader een (persoonlijkheids-)recht op bepaling van zijn biologisch vaderschap heeft. Daarbij is van belang dat Nederland de algemene regel kent dat de gehuwde man vermoed wordt de vader van het kind te zijn, ter wille van de rechtszekerheid over het bestaan van familiebanden. Dit betekent dat, ook als zou komen vast te staan dat de man de verwekker van [het kind] is, hij binnen de Nederlandse wet- en regelgeving geen mogelijkheid heeft om te bewerkstelligen dat hij de juridische vader van [het kind] wordt. Door het huwelijk met de vrouw is [verweerder] de juridische vader van [het kind]. De Nederlandse wet- en regelgeving kent alleen voor de juridische ouders en het kind (vertegenwoordigd door de bijzondere curator) een mogelijkheid om dit vaderschap aan te tasten op grond van artikel 1:200 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).

Het hof heeft echter ook overwogen dat er naast de afstammingskwestie meer in rechte te respecteren belangen zijn die verbonden zijn aan de vaststelling van het biologisch vaderschap, zoals bijvoorbeeld het recht op omgang. Kinderen hebben immers het recht om hun ouders te kennen en door hen te worden verzorgd (artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, hierna IVRK), het recht op bescherming van hun identiteit (artikel 8 IVRK) en het recht op een ongestoord gezins- of familieleven met ouders en derden met wie zij in een nauwe persoonlijke betrekking staan en op erkenning en bescherming van zijn privéleven (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, hierna: EVRM).

Ondanks het voorgaande acht de rechtbank een onderzoek naar het biologisch vaderschap van [het kind] niet in belang van [het kind] en het gezin waarin hij opgroeit. Zoals hiervoor al is overwogen wegen de belangen van [het kind] en het gezin waarin hij opgroeit zwaarder dan het (persoonlijkheids-)recht van de man bij vaststelling van het mogelijke biologisch vaderschap (artikel 8 EVRM).