De omgangsregeling

(gedeeltelijke info gebruikt van een blog .4 juni 2019 van de website https://nieuwestap.nlen een uitspraak van het gerechtshof te Den Haag.

 De omgangsregeling wordt vaak gebruikt als middel om de andere ouder dwars te zitten. Om de strijd tussen de ex-partners te blijven voeden. Onlangs 22 mei 2019 besliste het Gerechtshof te Den Haag in het voordeel van een vader die al 7 jaar zijn kinderen niet had gezien. De raad stelde dat het feit dat moeder consequent de bezoekregeling traineerde er toe geleid had dat er al 7 jaar geen contact was geweest. Echter dit mocht geen reden zijn om de vader het gezag te onthouden. (zaaknummer 200.245.912/01)  

Uit het vonnis:

De moeder heeft weliswaar meegewerkt aan individuele gesprekken bij  eind 2017/begin 2018, maar heeft vervolgens  laten weten dat het niet goed met haar gaat en dat zij niet in staat is tot een gezamenlijk gesprek met de vader. Gezien het tijdsverloop en de omstandigheid dat de moeder sinds de bestreden beschikking alleen is belast met het eenhoofdig gezag, had het naar het oordeel van het hof in het licht van de belangen van de minderjarigen op de weg van de moeder gelegen om zich tot het uiterste in te spannen om de onderlinge verstandhouding en in ieder geval de onderlinge communicatie tussen de ouders te verbeteren. 

Daarnaast omvat het ouderlijk gezag mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen (artikel 1:247 lid 3 BW). Op geen enkele wijze is gebleken dat de moeder aan deze wettelijke verplichting invulling heeft gegeven.

De raad heeft begin 2017 geadviseerd dat er geen aanleiding is om het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarigen te beëindigen en de moeder alleen te belasten met het eenhoofdig gezag. Ter zitting heeft de raad laten weten dit advies te handhaven. Het hof sluit zich daar in de gegeven omstandigheden bij aan. Niet is gebleken dat de situatie van de minderjarigen sinds 2017 is gewijzigd. De moeder is niet ter zitting verschenen om toelichting te geven over de huidige situatie rondom de minderjarigen en ook de gecertificeerde instelling kon het hof daarover niet inlichten aangezien zij sinds november 2018 geen contact meer heeft gehad met het gezin. Dat de minderjarigen angst hebben voor de vader, zoals de moeder bij de rechtbank naar voren heeft gebracht en ook de gecertificeerde instelling heeft laten weten ter zitting, is in dit geval geen grond voor de beëindiging van het gezamenlijk gezag. 

De vader heeft zich met behulp van hulpverlenende instanties ingezet om aan zijn persoonlijke problematiek te werken. 

Het gebrek aan communicatie en het ontbreken van kennis bij de vader over de actuele situatie rondom de minderjarigen brengen naar het oordeel van het hof eveneens niet zonder meer mee dat het gezamenlijk gezag niet in stand dient te blijven, zoals de rechtbank heeft geoordeeld. Dit is immers aan de moeder te wijten. Naar het oordeel van het hof is dan ook onvoldoende vast komen te staan dat de huidige (communicatie)problemen tussen de ouders op dit moment van zodanige aard dat zij een onaanvaardbaar risico met zich mee brengen dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken tussen de ouders. De enkele omstandigheid dat de vader in 2015, inmiddels vier jaar geleden, niet zijn medewerking heeft verleend aan de verkrijging van een paspoort, is daartoe niet redengevend. Het hof, beschikkende in het hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Den Haag van 3 augustus 2018, en opnieuw beschikkende; wijst af het verzoek van de moeder om te worden belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen.

Tot zover het vonnis: Duidelijke taal waarin nog eens gewezen wordt op de taak van de ouder om de ontwikkelingen van de band met de andere ouder te bevorderen!

Het houden aan de omgangsregeling


Als vader, maar ook als moeder, ben je dus verplicht je te houden aan de omgangsregeling die je met je ex-partner hebt getroffen. Deze regeling is juridisch bindend. Wanneer je je hier niet aan houdt kan dit consequenties hebben. Zo kan de rechter besluiten boetes op te leggen bij het niet houden aan afspraken of om de omgangsregeling aan te passen of stop te zetten. In totaal zijn er 4 situaties waarin de rechter de omgangsregeling kan herzien:

1 De geestelijke of lichamelijk ontwikkeling van kind komt in het geding door de omgang met de vader.

2 De vader/moeder is niet geschikt voor de omgang met het kind, doordat hij bijvoorbeeld voor een onveilige omgeving zorgt.

3 Omdat het kind, ouder dan 12 jaar, bezwaar heeft om met de vader/moeder om te g1aan. Hierbij moet natuurlijk ook altijd goed het fenomeen ouderverstoting in ogenschouw worden genomen

4 Zwaarwegende belangen: oftewel andere grote bezwaarlijke redenen waardoor het niet goed is om met de vader/moeder om te gaan.


Natuurlijk is het in van belang voor iedere betrokkenen om hier geen strijd over te voeren. Maar te kiezen voor de rust en veiligheid voor kinderen en beide ex-partners . Komen ouders er niet uit… kijk eens of er iemand in de omgeving/netwerk is die goed naar de verschillende kanten kan kijken. Die niet meteen een van de ouders gelijk geeft gelijk geeft maar helpt naar een verstandige en wijze oplossing.