Mediation lost de vechtscheiding niet op

 

Mediation lost de vechtscheiding niet op

De aanbeveling van de kinderombudsman Marc Dullaert om mediation verplicht to te passen bij echtscheidingen heeft veel navolging gehad..Uit het advies van de kinderombudsman ( 2014) Ouders die besluiten uit elkaar te gaan, moeten op dit moment al een echtscheidingsconvenant opstellen, met daarin als verplicht onderdeel een ouderschapsplan. In aanvulling op de huidige praktijk moeten alle ouders zich straks hierbij verplicht laten ondersteunen, hetzij via een scheidingsmediator of overlegscheiden. Met als stok achter de deur het volgende:Als de mediator of scheidingscoach signaleert dat ouders er na drie sessies niet uit zijn  en een oplossing ver weg lijkt, moet de mediator het mandaat krijgen om bij de rechtbank een bijzondere curator te verzoeken, als ware hij belanghebbende van het kind. Het toewerken dat ouders er met elkaar uitkomen is ook een is een belangrijk onderdeel van de veel genoemde methodiek Ouderschap blijft.

In onze training Werken aan Duurzaam Ouderschap  merken we dat hulpverleners zowel in de wijkteams als in de jeugdzorgs worstelen met het idee dat ze altijd beide ouders aan de tafel moeten zien te krijgen. Ze ervaren dat als een zeer lastige opgave die vaak tot grote frustraties bij de betrokken ouders leidt. Met tot gevolg  een groot gevoel van onbehagen en machteloosheid bij de professional.  Lieve Coteyn , de zeer ervaren psychotherapeut van de Interactie Academie uit Belgie, stelt dat we ons vooral moeten afvragen of de door de werker toegepaste interventies niet juist voor olie op het vuur zorgt.

Een belangrijke nuancering van de inzet van mediation wordt ook door Corine de Ruyter en Feiko Ory gedaan.  Hieronder het artikel wat in Trouw is verschenen

Trouw • 6 februari 2016

Mediation wordt gepropageerd als hét middel bij conflict- scheidingen. Ten onrechte, beweren Corine de Ruiter en Ferko Öry. De feiten onderzoeken is veel belangrijker.

CORINE DE RUITER, HOOGLERAAR FORENSISCHE PSYCHOLOGIE, UNIVERSITEIT MAASTRICHTFERKO ÖRY, KINDERARTS PUBLIEKE GEZONDHEID

Het kabinet is sinds een paar jaar zeer actief om de situatie van kinderen bij een vechtscheiding te verbeteren. Een terugkerend thema is mediation. Er ligt zelfs een wetsvoorstel voor verplichte mediation bij echtscheidingen, dat door een aantal politieke partijen wordt gesteund. Maar mediation werkt bij de meeste vechtscheidingen niet en kan gevaarlijk zijn.

Er bestaat een aantal hardnekkige mythen over conflictscheidingen. Die mythen domineren het debat en belemmeren effectieve oplossingen voor dit complexe probleem.

Ten eerste is er de mythe dat omgang met beide ouders altijd het beste is voor elk kind. Op basis van deze mythe is de echtscheidingswetgeving de afgelopen jaren gewijzigd. In 2009 werd het verplichte ouderschapsplan ingevoerd, waardoor ouders pas mogen scheiden als er een gezamenlijk opgesteld ouderschapsplan is overeengekomen. De invoering van dit ouderschapsplan heeft echter niet geleid tot minder vechtscheidingen, integendeel, stelt de jurist Marit Tomassen-van der Lans in haar proefschrift in 2015.

Een tweede mythe is het idee dat mediation helpt in het voorkomen van vechtscheidingen. Mediation wordt zelfs gepromoot als dé oplossing voor conflictscheidingen. Niets is minder waar. Het WODC concludeerde in 2015 dat “het voorbarig is om conclusies te trekken ten aanzien van effectiviteit van mediation en scheidingseducatie in het voorkomen van vechtscheidingen met het oog op het verbeteren van het welzijn van het kind en dat de bevindingen van de onderzochte studies niet bemoedigend zijn”.

Uit recent onderzoek uit Noorwegen, waar sinds 1991 verplichte mediation bij wet is ingevoerd, blijkt dat bij 63 procent van de conflict-scheidingsparen de mediation vroegtijdig stopte zonder dat het tot concrete afspraken kwam, tegenover 12 procent van de ‘normale’ paren.

Feiten achterhalen

Een conflictscheiding is een ingewikkeld probleem waarbij sprake kan zijn van narcistische en borderline-persoonlijkheidsstoornissen bij één of beide ex-partners, een voorgeschiedenis van ernstig relationeel geweld, beschuldigingen en vermoedens van kindermishandeling, en ouders die het kind proberen te vervreemden van de andere ouder door kwaadsprekerij.

Voorafgaand aan enige vorm van hulp dienen de feiten achterhaald te worden, ook wel ‘waarheidsvinding’ genoemd. Dat dit vaak een reconstructie achteraf is, op basis van meerdere en verschillende informatiebronnen, doet daar niet aan af. Feitenonderzoek betekent onderzoek naar de voorgeschiedenis van geweld in de partnerrelatie, met een gestructureerde interviewmethode. De twee voormalige echtelieden worden ieder apart gesproken en wanneer er grote discrepanties bestaan tussen de verhalen van beiden, dienen ook andere informatiebronnen geraadpleegd te worden, zoals politiegegevens, medische dossiers, en gesprekken met personen uit het sociale netwerk.

Op deze wijze ontstaat inzicht in de aard van de machtsverhouding tussen de ex-partners, welke vormen van geweld er gespeeld hebben of nog spelen, of er sprake is van psychische of verslavingsproblemen.

Zonder gedegen feitenonderzoek naar geweld in de partnerrelatie door forensisch geschoolde professionals, kunnen de belangen van het kind in een conflictscheiding niet gewaarborgd worden. Ook als er door een van de ex-partners beschuldigingen geuit worden over kindermishandeling door de andere partner, zullen die feitelijk onderzocht moeten worden. Dat stelde overigens ook de Kinderombudsman al in het rapport ‘Is de zorg gegrond?’ uit december 2013. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit in haar Jaarbericht over 2014 grote zorgen over het tekort aan waarheidsvinding binnen de jeugdzorg, inclusief de Raad voor de Kinderbescherming. Het is de hoogste tijd dat feiten in plaats van mythen leidend worden in de aanpak van conflictscheidingen in Nederland.

Tot zover de Ruyter en Ory in Trouw

Het gaat er dus veel meer om om naar alle aspecten van de betrokken ouders te kijken. Janet R Johnston leit in haar overzicht artikel uit 1994 hier al voor. Het is van groot belang om ouders als personen te zien die zich wellicht verliezen in hun conflict. Vaak gesteund door hun netwerk (zie ook onderaan deze blog)

Net als Justine van Lawick ( kinderen uit de knel) vinden wij dat  je ouders moet helpen weer te  -als het ware-  ontijzen .  Je krijgt als professional ook perspectief wanneer je kijkt naar twee personen die verstrikt raken in niet productieve communicatie, die .zich verliezen in onmacht en frustratie. Soms helpt het dan even niet iets samen te hoeven doen. Eerst maar eens concentreren op het overleven in de nieuwe situatie. Solo Ouderschap kan daarbij helpen. .Een juiste kijkrichting kan hun helpen om weer verder met het proces van hulpverlenen te gaan.  De meeste werkers zijn goed in hun vak. Maar het blijft topsport.

 

Uit janet .R. Johnston:: High Conflict Divorce,The Future of Children CHILDREN AND DIVORCE Vol. 4 • No. 1 – Spring 1994

The intent of this paper is first to discuss the problem of identifying important elements of conflict in divorce and, on the bases of various definitions, to review the available research about their incidence. The second aim is to examine the various factors that are believed to contribute to high-conflict divorce and to propose a theoreticalmodel explaining how these factors interrelate. Third, the focus will turn to what is known about the effects on children of interparental conflict, in general, and what is known about the characteristics of children living in high-conflict divorce situations, in particular. Fourth, dispute resolution procedures and preventive and interventive programs, together with available data on outcome effectiveness, will be outlined. Finally, implications of the current research base for social policy with respect to custody and access in cases of high-conflict divorce will be discussed.