De Lens van de ouderbegeleider

Een belangrijke onderwerp is de positie van de ouderbegeleider in de hulpverlening aan ouders en kinderen die verwikkeld zijn in een conflictueus echtscheidingsproces.

Een vernieuwende blik op ouderschap en ouderbegeleiding voor hulpverleners. die nauw aansluit bij werken aan duurzaam ouderschap is te vinden in de lezing die Lieve Cotteyn hield op het Congres  van de Rino groep 31 mei 2012. Daarom in deze blog een citaat uit deze lezing.

OUDERS!WAT MOET JE ERMEE?

Als afsluiting over allerlei vormen van ouderschap en ouders wil ik het hebben over de kwetsbaarheid van de ouder begeleidende positie. Over wat er allemaal meespeelt als je als ouderbegeleider met ouders te maken hebt en wat er gebeurt als je niet meer achter het gedrag van de ouder kunt staan.

Mijn stelling is dat de kernelementen van een heilzame professionele positie bij ouderbegeleiding bij uitstek ontdekt worden als de ouderbegeleiding niet meer vlotjes als vanzelf verloopt. Met ouders werken, roept van alles op. Niet alleen positieve emoties: ouders werken op je zenuwen, maken je ongeduldig of ongerust, doen niet wat je zegt, kunnen eisend en bedreigend zijn. Ouders zijn verre van onmondige personen die braaf opvolgen wat experts voorzeggen. Op zo’n momenten kom je niet ver meer met positief kijken. Het positief kijken is dan op en verdwenen. De ouderbegeleider loopt vast met ouders. Ik heb vooral geleerd wat het betekent een ouder begeleidende positie in te nemen van ouders die buiten de lijntjes kleurden, vaders en moeders waar veel hulp en dienstverleners op afknapten omdat ze zo afweken van de bestaande normen en theorieën. Door te werken met ouders die uitgesloten werden, heb ik geleerd dat wij in een samenleving leven die bijzonder utopisch en normatief over ouderschap denkt.

Ik heb ervaren dat het breed maatschappelijk discours onze ouder begeleidende positie en ons denken over de ouder zwaar beïnvloedt en ons in een patstelling zet. Ik wil het hebben over dat spagaat waarin je als ouderbegeleider terecht komt. Ieder die met ouders werkt, kent deze spreidstand: enerzijds moet ik de oudersteunen maar anderzijds de ouder ook controleren en tot de orde roepen. Ik zie dat een ouder het kind erg graag ziet maar het kind is niet veilig, de ouderstelt onvoldoende grenzen en heeft geen gezag. Moet ik nu de ouder steunen of de ouder beoordelen? Moet ik nu voor het belang van kind kiezen of voor het ouderbelang? Moet ik nu meer inzetten op begrijpen of op ingrijpen? Wat er gebeurt is dat het standpunt van de ouder in conflict komt met stand punt van de OB. Ouderbegeleidende positie innemen betekent dat ik het standpunt van de ouder moet steunen maar ik voel dat ik niet meer achter de ouder kan staan…….Het dilemma is: als ik de ouder steun, zit ik fout; als ik de ouder niet steun, ook fout. Als ik het opneem voor het kind neem ik het niet op voor de ouder en faal ik als ouderbegeleider. Als ik het opneem voor de ouder neem in het niet op voor het kind, ik faal weer om. Het niet zien dat het gaat om een conflict over verschil in belangen, waarden, visies en standpunten zuigt mij in een smal vizier.Tussen ouder en ouderbegeleider ontstaat een beïnvloedingswisselwerking van aanval –verdediging. Actie –reactie.Deze wisselwerking gaat een patroon vormen van steeds meer van hetzelfde. Hoe meer de ouderbegeleider ‘aanvalt’, dwingend wordt…Hoe meer de ouder ‘verdedigt’ en ook dwingend wordt. Op de duur luisteren beide partijen niet meer naar elkaar, het gaat niet meer over de inhoud maar over wie gelijk heeft, wie het voor het zeggen heeft. Hoe minder ik de ouder begrijp, hoe minder de ouder mij begrijpt. De relatie krijgt de kleur van wederzijdse druk, vijandigheid, wantrouwen, wrevel. Dit doet de standpunten verharden. Ieder zet de hakken in het zand. Er wordt steeds feller op de persoon gespeeld, men gaat elkaar negatieve eigenschappen toedichten, men ziet steeds meer persoonlijke onwil en intrapsychische problemen…Het creëren van een betekenisvolle werkrelatie met de ouder is het belangrijkste element en geeft richting aan ons handelen als ouderbegeleider. Die werkrelatie is begrensd. Zeggen dat een relatie met de ouder positief moet kleuren, is een reductie van de ingewikkeldheid van ouderbegeleiding. De relatie met de ouder is aangenaam en onaangenaam. Er is altijd een stil conflict: een ouderbegeleider is niet neutraal maar zit gewrongen met kennis en standaarden verworven uit opleiding, boeken, van de organisatie en het beleid en uit de eigen ervaring. De persoon van de OB is verre van neutraal maar zit ingebed in rasters van eigen achtergrond, geschiedenis, opvoeding, genoten onderwijs… in rasters van de organisatie en team, in rasters van politiek beleid, maatschappelijk gedachtegoed, voorgeschoteld door media en tijdsgeest. Al die systemen resoneren mee en vormen uiteindelijk het standpunt dat de ouderbegeleider inneemt. Je kijkt altijd door een lens…(Einde citaat)

In onze training staan we uitgebreid stil bij het vervuilt raken van de lens. Dit zorgt er voor, zoals Lieve Coteyn in het citaat hierboven aangeeft dat de werkrelatie verstoord raakt. De ouderbegeleider voelt zich steeds incompetenter worden. Van belang is dat de ouderbegeleider zicht krijgt op alle aspecten die meespelen in een conflictueuze scheiding. Van persoonskenmerken tot escalatie mechanismen. Dit als voorwaarde om het vak van hulpverlener uit te oefenen…